Menu Sluiten

Honkbal

Spelregels honkbal

SPELREGELS HONKBAL IN HET KORT

Spelomgeving

  • Honkbal wordt gespeeld op een honkbalveld wat bestaat uit een ’thuisplaat’ waarvan geslagen wordt, en vandaar een vierkant of ruitvorm met 3 honken die 27,5 meter uit elkaar liggen. In het midden van deze ruit is een zogenaamde werpheuvel, van waar de bal wordt aangegooid door de tegenstander. Deze ligt op 18,45 meter van de thuisplaat.
  • Een honkbalveld bestaat ook uit een groot achterveld, waar naartoe geslagen kan worden. De afstand van de achterlijn loopt vanaf de twee foutlijnen (die lopen langs de thuisplaat richting 1e honk, en de ander langs de thuisplaat richting 3e honk) 100 meter naar achteren vanaf de thuisplaat. De achterlijn wordt daarna gebogen en gemarkeerd met een buitenveldhek. Het middenpunt daarvan ligt op 122 meter afstand van de thuisplaat.
  • Een honkbalteam bestaat uit 9 spelers en in sommige gevallen een 10e speler als aangewezen slagman (designated hitter) in de plaats van de pitcher. In de aanval krijgt elke speler een slagbeurt (behalve de pitcher in geval van designated hitter). In de verdediging heeft iedere speler een specifieke taak in het veld.
  • Honkbal wordt gespeeld met een honkbal, een honkbalknuppel en handschoenen voor het vangen van de bal. Als een speler moet slaan dan draagt deze een slagheld ter bescherming. De catcher (persoon achter de slagman) heeft extra beschermende kleding. De meeste spelers hebben schoenen met spikes voor extra grip.

Spelregels kort

  • Een honkbalwedstrijd wordt gespeeld over 9 innings. In een inning krijgen beide ploegen een slagbeurt en verdedigen ze de slagbeurt van de andere ploeg.
  • Tijdens een slagbeurt is het de bedoeling om spelers via alle honken naar terug naar de thuisplaat te krijgen, zonder uitgetikt te worden.
  • Spelers mogen na hun slag lopen als de bal het veld in wordt geslagen. Als een speler bij een honk komt mag de speler daar veilig blijven staan, of proberen naar het volgende honk of zelfs helemaal rond te gaan.
  • Teams moeten drie keer uitgemaakt (uits) worden voordat de speelbeurt wisselt. Uits worden gemaakt door een geslagen bal direct uit de lucht te vangen, door spelers uit te tikken of door bij het pitchen (aangooien) drie strikes (of slagen) te maken. Een slag of strike is als een bal goed wordt aangegooid maar de slagman de bal mist.
  • Spelers op het veld worden uitgetikt in het veld of als ze ze niet meer kunnen terugkeren naar een vorig honk omdat deze bezet is, en de honkman een uit maakt door het volgende honk aan te raken met de bal in de hand of handschoen.

Bijzonderheden

  • Een bijzondere slag bij honkbal is de homerun. Dit is een slag die over de achterlijn van het honkbalveld wordt geslagen en niet meer gevangen kan worden of opgepakt kan worden om door te spelen. Bij een homerun mag de betreffende speler een rondje langs de honken maken zonder uitgetikt te kunnen worden en daarmee een punt scoren. Als er op dat moment nog meer spelers op de honken staan, mogen die ook vrij doorlopen en punten scoren.
  • Bij honkbal is het spel tussen pitcher en slagman een belangrijk onderdeel. De pitcher probeert zo te gooien dat een slagman de bal mist of niet goed raakt en daarmee een ‘strike’ of ‘slagbal’ maakt. Een aantal veel voorkomende worpen die pitchers gebruiken zijn de volgende:
    • Fastbal = een harde rechte bal, met als doel te snel te zijn om te raken.
    • Curvebal = een bal met veel effect en een bepaalde afbuiging.
    • Change-up = dit is een worp met een iets vertragende bal.
    • Wijdbal = een (bewust) buiten de slagzone gegooide bal. Als een pitcher 4 ‘wijdballen’ gooit mag een slagman wel vrij doorlopen.

Veel plezier met honkballen aan de hand van deze snelle korte spelregels!

Deel deze pagina ook met anderen als je een spelletje gaat spelen. Je kunt deze website heel makkelijk doorsturen via e-mail door op deze link: deel deze handige honkbal spelregels

Deel deze spelregels!